Elektrobotenhuis Heeg

ontwerp: Sebastiaan Jansen

Opdrachtgever:


"In het eerste ‘elektrobotenhuis’ van Nederland komen context, duurzaamheid en architectuur tot een bijzondere symbiose. In het hoekvolume zijn bijvoorbeeld 72 zonnepanelen geïntegreerd waarmee 1385x een elektrische boot opgeladen kan worden."

Dit botenhuis is niet alleen opvallend in zijn verschijningsvorm, het gebouw is ook uitermate duurzaam. In het ontwerp van Sebastiaan Jansen komen context, duurzaamheid en architectuur tot een bijzondere symbiose. In het hoekvolume zijn bijvoorbeeld 72 zonnepanelen geïntegreerd waarmee 1385x een elektrische boot opgeladen kan worden.

Het ‘elektrobotenhuis’ is het eerste gebouw in Nederland waarin elektrisch varen en architectuur samen worden gebracht.
“We noemen het de blokkendoos”, zegt de buurman, terwijl een passerende auto even stopt en omhoog kijkt met een verwonderde blik. De buurman vervolgt: “Het is totaal iets anders dan de standaard bedrijfshallen die je hier ziet. Het is even wennen, maar bijzonder is het wel.”

Het gebouw huisvest een loods, met een uitgebreid machinepark voor het (ver)bouwen van elektrische boten. Een expositieruimte, waar de boten drijvend in het water tentoongesteld worden. En een ondersteunende kantoorruimte. Deze drie functies hebben hun eigen verschijningsvorm gekregen zowel in morfologie als uitstraling.

Door rangschikking van de drie hoofdfuncties rondom een centrale verkeersas worden deze via korte looplijnen met elkaar verbonden. Deze transparante centrale as steekt aan de voorzijde naar buiten en transformeert zich in een expositieruimte waar de bezoeker het gebouw betreedt.

Het volume, dat boven een volledig glazen expositieruimte lijkt te zweven, ontstaat door een samenspel van context en duurzaamheid. De hoekverdraaiing in de kavel is af te lezen in het grondvlak, terwijl het bovenvlak zich richt naar de zon. Hierdoor ontstaat een sculpturaal architectonisch gebaar, met een kniklijn in de voorgevel. Op deze hoek bereikt dit gebouw zijn climax. Het zwarte gewichtige volume accentueert de hoek van dit kavel. Door de uiterste punt naar buiten te trekken steekt hij als een boeg van een schip over de hoek van dit bouwblok.

Door het dakvlak naar het zuiden te laten hellen, ontstaat een oppervlak dat uitermate geschikt is om pv-cellen in te verwerken. Op het hoekvolume zijn 72 zonnepanelen geplaatst (ruim 91m²). Deze panelen leveren ongeveer 11072 kWh per jaar, hiermee kan 1385x een elektrische boot opgeladen worden.
Naast de zonnepanelen zijn er nog tal van duurzame oplossingen toegepast. Het regenwater wordt opgevangen in een grijswatertank. Hiermee worden boten gewassen en de toiletten doorgespoeld. Voor verwarming en koeling van het gebouw wordt een vloerverwarming toegepast welke aan een warmtepomp (wko) is gekoppeld.

De cradle to cradle gedachte is doorgevoerd in de opbouw en materialisatie van het gebouw. Bij de assemblage van het gebouw zijn, daar waar mogelijk, mechanische verbindingen gekozen, zodat bij demontage weinig energie nodig is. Verder zijn er materialen in de puurste vorm toegepast. Slechts enkele materialen hebben een afwerking in de vorm van schilderwerk gekregen. Maar hout blijft hout, en steen blijft steen.